Woordenlijst
Afrikaans – Werkwoorden oefenen
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
kijken
Ze kijkt door een gat.
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.
kwaadspreken
De klasgenoten spreken kwaad over haar.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.
beslissen
Ze kan niet beslissen welke schoenen ze moet dragen.