Woordenlijst
Litouws – Werkwoorden oefenen
terugbellen
Bel me morgen alstublieft terug.
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?
verlaten
De man vertrekt.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
overweg kunnen
Stop met ruziën en kunnen jullie eindelijk met elkaar overweg!
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.