Woordenlijst
Italiaans – Werkwoorden oefenen
toestaan
Men mag depressie niet toestaan.
kwaadspreken
De klasgenoten spreken kwaad over haar.
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
wassen
De moeder wast haar kind.
denken
Je moet veel denken bij schaken.