Woordenlijst
Japans – Werkwoorden oefenen
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
geloven
Veel mensen geloven in God.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
haten
De twee jongens haten elkaar.
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.