Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
slapen
De baby slaapt.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.