Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
drukken
Hij drukt op de knop.
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
ondersteunen
We ondersteunen de creativiteit van ons kind.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
gooien naar
Ze gooien de bal naar elkaar.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.