Woordenlijst
Koreaans – Werkwoorden oefenen
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.
zitten
Er zitten veel mensen in de kamer.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.