Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
gebruiken
We gebruiken gasmaskers in het vuur.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
horen
Ik kan je niet horen!
weglopen
Sommige kinderen lopen van huis weg.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?
testen
De auto wordt in de werkplaats getest.
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
eten
De kippen eten de granen.