Woordenlijst
Perzisch – Werkwoorden oefenen
missen
Hij miste de kans op een doelpunt.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
schilderen
Ze heeft haar handen geschilderd.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
bidden
Hij bidt in stilte.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
geloven
Veel mensen geloven in God.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.