Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
tegenover liggen
Daar is het kasteel - het ligt er recht tegenover!
leuk vinden
Het kind vindt het nieuwe speelgoed leuk.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
deelnemen
Hij neemt deel aan de race.
beschadigen
Twee auto’s raakten beschadigd bij het ongeluk.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.