Woordenlijst
Japans – Werkwoorden oefenen
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.
onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
schilderen
Hij schildert de muur wit.
gebruiken
We gebruiken gasmaskers in het vuur.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!