Woordenlijst
Koreaans – Werkwoorden oefenen
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
missen
Ik zal je zo erg missen!
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
schilderen
Hij schildert de muur wit.
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.