Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
kopen
Ze willen een huis kopen.
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
melden
Iedereen aan boord meldt zich bij de kapitein.
raden
Je moet raden wie ik ben!
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.