Woordenlijst
Deens – Werkwoorden oefenen
langskomen
De artsen komen elke dag bij de patiënt langs.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.