Woordenlijst
Catalaans – Werkwoorden oefenen
wegrijden
Toen het licht veranderde, reden de auto’s weg.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
achterliggen
De tijd van haar jeugd ligt ver achter haar.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.