Woordenlijst
Deens – Werkwoorden oefenen
vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
beperken
Moet handel worden beperkt?
zingen
De kinderen zingen een lied.
geloven
Veel mensen geloven in God.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
trouwen
Het stel is net getrouwd.