Woordenlijst
Afrikaans – Werkwoorden oefenen
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
knippen
De kapper knipt haar haar.
bellen
Ze kan alleen bellen tijdens haar lunchpauze.
uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
terugbellen
Bel me morgen alstublieft terug.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
denken
Wie denk je dat sterker is?
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.