Woordenlijst
Amharisch – Werkwoorden oefenen
uitgaan
Ze stapt uit de auto.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!