Woordenlijst
Bosnisch – Werkwoorden oefenen
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
missen
Ik zal je zo erg missen!
rijden
Kinderen rijden graag op fietsen of steps.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.