Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
doorkomen
Het water was te hoog; de truck kon er niet doorheen.
ondersteunen
We ondersteunen de creativiteit van ons kind.
op handen zijn
Een ramp is op handen.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
geld uitgeven
We moeten veel geld uitgeven aan reparaties.