Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
betalen
Ze betaalde met een creditcard.
uitknijpen
Ze knijpt de citroen uit.
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.