Vortprovizo
Lernu Verbojn – nederlanda
recht hebben op
Ouderen hebben recht op een pensioen.
rajti
Maljunaj homoj rajtas al pensio.
serveren
De ober serveert het eten.
servi
La kelnero servas la manĝaĵon.
vormen
We vormen samen een goed team.
formi
Ni formi bonan teamon kune.
controleren
Hij controleert wie daar woont.
kontroli
Li kontrolas kiu loĝas tie.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
progresi
Helikoj nur progresas malrapide.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
soni
La sonorilo sonas ĉiutage.
kwaadspreken
De klasgenoten spreken kwaad over haar.
paroli malbone
La klasanoj parolas malbone pri ŝi.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
preterpasi
La du preterpasas unu la alian.
schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!
bati
Atentu, la ĉevalo povas bati!
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
okazi
La funebra ceremonio okazis antaŭhieraŭ.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
eniri
La metro ĵus eniris la stacion.