Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
pay
She pays online with a credit card.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
rent out
He is renting out his house.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
deliver
The delivery person is bringing the food.
brengen
De bezorger brengt het eten.
start running
The athlete is about to start running.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
think
Who do you think is stronger?
denken
Wie denk je dat sterker is?
destroy
The files will be completely destroyed.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
come closer
The snails are coming closer to each other.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
drive
The cowboys drive the cattle with horses.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
kick
Be careful, the horse can kick!
schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!
throw
He throws the ball into the basket.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
limit
During a diet, you have to limit your food intake.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.