Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (US)

cms/verbs-webp/116166076.webp
pay
She pays online with a credit card.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
cms/verbs-webp/58477450.webp
rent out
He is renting out his house.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
cms/verbs-webp/70864457.webp
deliver
The delivery person is bringing the food.
brengen
De bezorger brengt het eten.
cms/verbs-webp/55119061.webp
start running
The athlete is about to start running.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
cms/verbs-webp/118567408.webp
think
Who do you think is stronger?
denken
Wie denk je dat sterker is?
cms/verbs-webp/60625811.webp
destroy
The files will be completely destroyed.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
cms/verbs-webp/9435922.webp
come closer
The snails are coming closer to each other.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
cms/verbs-webp/114272921.webp
drive
The cowboys drive the cattle with horses.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
cms/verbs-webp/102304863.webp
kick
Be careful, the horse can kick!
schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!
cms/verbs-webp/55128549.webp
throw
He throws the ball into the basket.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
cms/verbs-webp/129244598.webp
limit
During a diet, you have to limit your food intake.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
cms/verbs-webp/118868318.webp
like
She likes chocolate more than vegetables.
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.