Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
kick
In martial arts, you must be able to kick well.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
stop
The policewoman stops the car.
stoppen
De agente stopt de auto.
close
She closes the curtains.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
come easy
Surfing comes easily to him.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.
travel
He likes to travel and has seen many countries.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
move
It’s healthy to move a lot.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
tell
I have something important to tell you.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
count
She counts the coins.
tellen
Ze telt de munten.
protect
Children must be protected.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
consume
She consumes a piece of cake.
consumeren
Ze consumeert een stukje taart.
hang
Both are hanging on a branch.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.