Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
stand up for
The two friends always want to stand up for each other.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
pass by
The train is passing by us.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
understand
I finally understood the task!
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
eat
What do we want to eat today?
eten
Wat willen we vandaag eten?
bring up
How many times do I have to bring up this argument?
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
compare
They compare their figures.
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
kick
In martial arts, you must be able to kick well.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
protest
People protest against injustice.
protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.
form
We form a good team together.
vormen
We vormen samen een goed team.
pass
The medieval period has passed.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
pick out
She picks out a new pair of sunglasses.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.