Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
leave open
Whoever leaves the windows open invites burglars!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
explain
She explains to him how the device works.
uitleggen
Ze legt hem uit hoe het apparaat werkt.
confirm
She could confirm the good news to her husband.
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.
trust
We all trust each other.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
enter
He enters the hotel room.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
evaluate
He evaluates the performance of the company.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
arrive
He arrived just in time.
aankomen
Hij kwam net op tijd aan.
burn
A fire is burning in the fireplace.
branden
Er brandt een vuur in de open haard.
prepare
They prepare a delicious meal.
bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.
follow
My dog follows me when I jog.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
kick
In martial arts, you must be able to kick well.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.