Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
reward
He was rewarded with a medal.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
run towards
The girl runs towards her mother.
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.
sort
He likes sorting his stamps.
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.
listen
She listens and hears a sound.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
think
Who do you think is stronger?
denken
Wie denk je dat sterker is?
visit
An old friend visits her.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
drive home
After shopping, the two drive home.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
exist
Dinosaurs no longer exist today.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
guarantee
Insurance guarantees protection in case of accidents.
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
count
She counts the coins.
tellen
Ze telt de munten.
save
The girl is saving her pocket money.
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.