Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/82845015.webp
unterstehen
Alle an Bord unterstehen dem Kapitän.
melden
Iedereen aan boord meldt zich bij de kapitein.
cms/verbs-webp/116067426.webp
weglaufen
Alle liefen vor dem Feuer weg.
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.
cms/verbs-webp/104818122.webp
reparieren
Er wollte das Kabel reparieren.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
cms/verbs-webp/106665920.webp
empfinden
Die Mutter empfindet viel Liebe für ihr Kind.
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
cms/verbs-webp/68435277.webp
kommen
Es freut mich, dass Sie gekommen sind!
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
cms/verbs-webp/28642538.webp
stehenlassen
Heute müssen viele ihr Auto stehenlassen.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
cms/verbs-webp/71612101.webp
einfahren
Die U-Bahn ist gerade eingefahren.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
cms/verbs-webp/122470941.webp
schicken
Ich habe dir eine Nachricht geschickt.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
cms/verbs-webp/112444566.webp
ansprechen
Man sollte ihn ansprechen, er ist so einsam.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
cms/verbs-webp/88615590.webp
beschreiben
Wie kann man Farben beschreiben?
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?
cms/verbs-webp/124320643.webp
schwerfallen
Der Abschied fällt beiden schwer.
moeilijk vinden
Beiden vinden het moeilijk om afscheid te nemen.
cms/verbs-webp/104135921.webp
betreten
Er betritt das Hotelzimmer.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.