Woordenlijst
Leer werkwoorden – Italiaans
sentire
Lei sente il bambino nel suo ventre.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
guidare
Gli piace guidare un team.
leiden
Hij leidt graag een team.
ascoltare
Gli piace ascoltare il ventre di sua moglie incinta.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
lavorare per
Ha lavorato duramente per i suoi buoni voti.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
viaggiare
A lui piace viaggiare e ha visto molti paesi.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
capitare
Gli è capitato qualcosa nell’incidente sul lavoro?
overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?
ridurre
Devo assolutamente ridurre i miei costi di riscaldamento.
verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
passare la notte
Stiamo passando la notte in macchina.
overnachten
We overnachten in de auto.
produrre
Si può produrre più economicamente con i robot.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
progredire
Le lumache progrediscono lentamente.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
alzarsi
Lei non riesce più ad alzarsi da sola.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.