Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/28581084.webp
henge ned
Istapper henger ned fra taket.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
cms/verbs-webp/74693823.webp
trenge
Du trenger en jekk for å skifte dekk.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
cms/verbs-webp/35137215.webp
slå
Foreldre bør ikke slå barna sine.
slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.
cms/verbs-webp/44127338.webp
slutte
Han sluttet i jobben sin.
stoppen
Hij stopte met zijn baan.
cms/verbs-webp/96531863.webp
gå gjennom
Kan katten gå gjennom dette hullet?
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
cms/verbs-webp/113316795.webp
logge inn
Du må logge inn med passordet ditt.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
cms/verbs-webp/92207564.webp
ri
De rir så fort de kan.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
cms/verbs-webp/104167534.webp
eie
Jeg eier en rød sportsbil.
bezitten
Ik bezit een rode sportwagen.
cms/verbs-webp/49585460.webp
ende opp
Hvordan endte vi opp i denne situasjonen?
terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?
cms/verbs-webp/8451970.webp
diskutere
Kollegaene diskuterer problemet.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
cms/verbs-webp/119335162.webp
bevege
Det er sunt å bevege seg mye.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
cms/verbs-webp/117284953.webp
plukke ut
Hun plukker ut et nytt par solbriller.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.