Woordenlijst

Leer werkwoorden – Frans

cms/verbs-webp/67095816.webp
emménager ensemble
Les deux prévoient d’emménager ensemble bientôt.
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.
cms/verbs-webp/102114991.webp
couper
La coiffeuse lui coupe les cheveux.
knippen
De kapper knipt haar haar.
cms/verbs-webp/101890902.webp
produire
Nous produisons notre propre miel.
produceren
We produceren onze eigen honing.
cms/verbs-webp/67955103.webp
manger
Les poules mangent les grains.
eten
De kippen eten de granen.
cms/verbs-webp/90643537.webp
chanter
Les enfants chantent une chanson.
zingen
De kinderen zingen een lied.
cms/verbs-webp/74908730.webp
causer
Trop de gens causent rapidement le chaos.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
cms/verbs-webp/5161747.webp
retirer
La pelleteuse retire la terre.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
cms/verbs-webp/102136622.webp
tirer
Il tire le traîneau.
trekken
Hij trekt de slee.
cms/verbs-webp/120801514.webp
manquer
Tu vas tellement me manquer!
missen
Ik zal je zo erg missen!
cms/verbs-webp/98977786.webp
nommer
Combien de pays pouvez-vous nommer?
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
cms/verbs-webp/41935716.webp
se perdre
Il est facile de se perdre dans les bois.
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
cms/verbs-webp/106682030.webp
retrouver
Je n’ai pas pu retrouver mon passeport après le déménagement.
terugvinden
Na de verhuizing kon ik mijn paspoort niet meer terugvinden.