Woordenlijst

Leer werkwoorden – Frans

cms/verbs-webp/80552159.webp
fonctionner
La moto est cassée; elle ne fonctionne plus.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
cms/verbs-webp/17624512.webp
s’habituer
Les enfants doivent s’habituer à se brosser les dents.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
cms/verbs-webp/74908730.webp
causer
Trop de gens causent rapidement le chaos.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
cms/verbs-webp/120086715.webp
compléter
Peux-tu compléter le puzzle ?
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
cms/verbs-webp/75195383.webp
être
Tu ne devrais pas être triste!
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
cms/verbs-webp/67955103.webp
manger
Les poules mangent les grains.
eten
De kippen eten de granen.
cms/verbs-webp/118759500.webp
récolter
Nous avons récolté beaucoup de vin.
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
cms/verbs-webp/122470941.webp
envoyer
Je t’ai envoyé un message.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
cms/verbs-webp/102397678.webp
publier
La publicité est souvent publiée dans les journaux.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
cms/verbs-webp/104849232.webp
accoucher
Elle va accoucher bientôt.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
cms/verbs-webp/112408678.webp
inviter
Nous vous invitons à notre fête du Nouvel An.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
cms/verbs-webp/5161747.webp
retirer
La pelleteuse retire la terre.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.