Woordenlijst
Leer werkwoorden – Litouws
paleisti
Jūs negalite paleisti rankenos!
loslaten
Je mag de grip niet loslaten!
perimti
Širšės viską perėmė.
overnemen
De sprinkhanen hebben de overhand genomen.
įleisti
Niekada negalima įleisti nepažįstamųjų.
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
nustatyti
Jums reikia nustatyti laikrodį.
instellen
Je moet de klok instellen.
sukelti
Cukrus sukelia daug ligų.
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
atleisti
Ji niekada jam to neatleis!
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
sudegti
Mėsa negali sudegti ant grilio.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
liesti
Ūkininkas liečia savo augalus.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.
mylėti
Ji labai myli savo katę.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
dirbti
Mes dirbame kaip komanda.
samenwerken
We werken samen als een team.
matyti
Per mano naujus akinius viską matau aiškiai.
duidelijk zien
Ik kan alles duidelijk zien door mijn nieuwe bril.