Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/66441956.webp
aufschreiben
Du musst dir das Passwort aufschreiben!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
cms/verbs-webp/120368888.webp
erzählen
Sie hat mir ein Geheimnis erzählt.
vertellen
Ze vertelde me een geheim.
cms/verbs-webp/116067426.webp
weglaufen
Alle liefen vor dem Feuer weg.
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.
cms/verbs-webp/38753106.webp
sprechen
Im Kino sollte man nicht zu laut sprechen.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
cms/verbs-webp/88597759.webp
drücken
Er drückt auf den Knopf.
drukken
Hij drukt op de knop.
cms/verbs-webp/123546660.webp
prüfen
Der Mechaniker prüft die Funktionen des Autos.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
cms/verbs-webp/118026524.webp
empfangen
Ich kann ein sehr schnelles Internet empfangen.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
cms/verbs-webp/58292283.webp
fordern
Er fordert Schadensersatz.
eisen
Hij eist compensatie.
cms/verbs-webp/21689310.webp
drannehmen
Meine Lehrerin nimmt mich oft dran.
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.
cms/verbs-webp/118232218.webp
beschützen
Kinder muss man beschützen.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
cms/verbs-webp/93697965.webp
herumfahren
Die Autos fahren im Kreis herum.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
cms/verbs-webp/120086715.webp
vervollständigen
Könnt ihr das Puzzle vervollständigen?
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?