Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
doorbrengen
Ze brengt al haar vrije tijd buiten door.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
rondkomen
Ze moet rondkomen met weinig geld.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
klinken
Haar stem klinkt fantastisch.
geloven
Veel mensen geloven in God.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
vermijden
Hij moet noten vermijden.