Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
wegrijden
Toen het licht veranderde, reden de auto’s weg.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
raden
Je moet raden wie ik ben!
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
slapen
De baby slaapt.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
serveren
De ober serveert het eten.