Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
vertellen
Ze vertelde me een geheim.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
verkiezen
Onze dochter leest geen boeken; ze verkiest haar telefoon.
schreeuwen
Als je gehoord wilt worden, moet je je boodschap luid schreeuwen.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
naar huis gaan
Hij gaat na het werk naar huis.
draaien
Je mag naar links draaien.
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.