Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
doorrijden
De auto rijdt door een boom.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
moeten
Men zou veel water moeten drinken.
updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
uitleggen
Ze legt hem uit hoe het apparaat werkt.