Woordenlijst
Thai – Werkwoorden oefenen
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.