Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/122398994.webp
mortigi
Atentu, vi povas mortigi iun kun tiu hakilo!
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
cms/verbs-webp/100585293.webp
turniĝi
Vi devas turni la aŭton ĉi tie.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
cms/verbs-webp/117311654.webp
porti
Ili portas siajn infanojn sur siaj dorsoj.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
cms/verbs-webp/5161747.webp
forigi
La ekskavilo forigas la grundon.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
cms/verbs-webp/102853224.webp
kunigi
La lingva kurso kunigas studentojn el ĉiuj mondpartoj.
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
cms/verbs-webp/100965244.webp
rigardi
Ŝi rigardas malsupren en la valon.
naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.
cms/verbs-webp/118549726.webp
kontroli
La dentisto kontrolas la dentojn.
controleren
De tandarts controleert de tanden.
cms/verbs-webp/40477981.webp
koni
Ŝi ne konas elektrecon.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
cms/verbs-webp/112444566.webp
paroli al
Iu devus paroli al li; li estas tiel soleca.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
cms/verbs-webp/116358232.webp
okazi
Io malbona okazis.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
cms/verbs-webp/104825562.webp
agordi
Vi devas agordi la horloĝon.
instellen
Je moet de klok instellen.
cms/verbs-webp/87142242.webp
pendi
La hamako pendas de la plafono.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.