Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
open
The safe can be opened with the secret code.
openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.
create
He has created a model for the house.
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
run slow
The clock is running a few minutes slow.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
go
Where are you both going?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
cause
Too many people quickly cause chaos.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
send
He is sending a letter.
sturen
Hij stuurt een brief.
prepare
A delicious breakfast is prepared!
bereiden
Er wordt een heerlijk ontbijt bereid!
leave
Many English people wanted to leave the EU.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
burden
Office work burdens her a lot.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
marry
Minors are not allowed to be married.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
lose
Wait, you’ve lost your wallet!
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!