Woordenlijst
Leer werkwoorden – Bosnisch
odgovoriti
Ona uvijek prva odgovara.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
pobjeći
Naš sin je želio pobjeći od kuće.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
uzeti
Mora uzeti mnogo lijekova.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
vidjeti ponovno
Konačno se ponovno vide.
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
podvući
On je podvukao svoju izjavu.
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
završiti
Kako smo završili u ovoj situaciji?
terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?
preuzeti
Skakavci su preuzeli kontrolu.
overnemen
De sprinkhanen hebben de overhand genomen.
čitati
Ne mogu čitati bez naočala.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
značiti
Što znači ovaj grb na podu?
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
stati na
Ne mogu stati na tlo s ovom nogom.
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
ukloniti
Bager uklanja zemlju.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.