Woordenlijst
Leer werkwoorden – Nynorsk
tena
Hundar likar å tena eigarane sine.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
spare
Jenta sparar lommepengane sine.
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
springe etter
Mor spring etter sonen sin.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
plukke opp
Vi må plukke opp alle eplene.
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
rope
Gutten ropar så høgt han kan.
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
protestere
Folk protesterer mot urettferd.
protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.
forestille seg
Ho forestiller seg noko nytt kvar dag.
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
prate
Dei pratar med kvarandre.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
dekke
Ho dekkjer håret sitt.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
følgje
Hunden følgjer dei.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
gå
Kor går de begge to?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?