Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
vytočit
Vzala telefon a vytočila číslo.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
číst
Nemohu číst bez brýlí.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
udělat chybu
Dobře přemýšlej, abys neudělal chybu!
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
následovat
Kuřátka vždy následují svou matku.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
rozebrat
Náš syn všechno rozebírá!
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
otočit se
Musíte tady otočit auto.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
zpívat
Děti zpívají písničku.
zingen
De kinderen zingen een lied.
propustit
Šéf ho propustil.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
pustit před
Nikdo ho nechce pustit před sebe u pokladny v supermarketu.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
spát
Dítě spí.
slapen
De baby slaapt.
najmout
Uchazeč byl najat.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.