Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/116932657.webp
modtage
Han modtager en god pension i alderdommen.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
cms/verbs-webp/95655547.webp
lade komme foran
Ingen vil lade ham komme foran ved supermarkedets kasse.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
cms/verbs-webp/79201834.webp
forbinde
Denne bro forbinder to kvarterer.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
cms/verbs-webp/81236678.webp
misse
Hun missede en vigtig aftale.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
cms/verbs-webp/61280800.webp
begrænse
Jeg kan ikke bruge for mange penge; jeg skal begrænse mig.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.
cms/verbs-webp/51573459.webp
fremhæve
Du kan fremhæve dine øjne godt med makeup.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
cms/verbs-webp/36190839.webp
bekæmpe
Brandvæsenet bekæmper ilden fra luften.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
cms/verbs-webp/27564235.webp
arbejde på
Han skal arbejde på alle disse filer.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
cms/verbs-webp/109657074.webp
drive væk
En svane driver en anden væk.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
cms/verbs-webp/66441956.webp
skrive ned
Du skal skrive kodeordet ned!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
cms/verbs-webp/71612101.webp
gå ind
Metroen er lige gået ind på stationen.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
cms/verbs-webp/119417660.webp
tro
Mange mennesker tror på Gud.
geloven
Veel mensen geloven in God.