Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (UK)

cms/verbs-webp/117311654.webp
carry
They carry their children on their backs.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
cms/verbs-webp/46998479.webp
discuss
They discuss their plans.
bespreken
Ze bespreken hun plannen.
cms/verbs-webp/122010524.webp
undertake
I have undertaken many journeys.
ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
cms/verbs-webp/123211541.webp
snow
It snowed a lot today.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
cms/verbs-webp/123619164.webp
swim
She swims regularly.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
cms/verbs-webp/121264910.webp
cut up
For the salad, you have to cut up the cucumber.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
cms/verbs-webp/81986237.webp
mix
She mixes a fruit juice.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.
cms/verbs-webp/124740761.webp
stop
The woman stops a car.
stoppen
De vrouw stopt een auto.
cms/verbs-webp/115291399.webp
want
He wants too much!
willen
Hij wil te veel!
cms/verbs-webp/132305688.webp
waste
Energy should not be wasted.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.
cms/verbs-webp/91696604.webp
allow
One should not allow depression.
toestaan
Men mag depressie niet toestaan.
cms/verbs-webp/88615590.webp
describe
How can one describe colors?
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?