Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/35137215.webp
udariti
Roditelji ne bi trebali udarati svoju djecu.
slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.
cms/verbs-webp/95655547.webp
pustiti ispred
Niko ne želi da ga pusti da ide ispred na blagajni u supermarketu.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
cms/verbs-webp/28642538.webp
ostaviti stajati
Danas mnogi moraju ostaviti svoje automobile da stoje.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
cms/verbs-webp/91367368.webp
šetati
Obitelj šeta nedjeljom.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
cms/verbs-webp/112407953.webp
slušati
Ona sluša i čuje zvuk.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
cms/verbs-webp/93697965.webp
voziti se
Automobili se voze u krugu.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
cms/verbs-webp/89635850.webp
birati
Uzela je telefon i birala broj.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
cms/verbs-webp/86996301.webp
zauzimati se za
Dva prijatelja uvijek žele zauzimati se jedan za drugoga.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
cms/verbs-webp/100565199.webp
doručkovati
Radije doručkujemo u krevetu.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
cms/verbs-webp/102823465.webp
pokazati
Mogu pokazati vizu u svom pasošu.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
cms/verbs-webp/57574620.webp
dostaviti
Naša kćerka dostavlja novine za vrijeme praznika.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
cms/verbs-webp/58477450.webp
iznajmljivati
On iznajmljuje svoju kuću.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.