Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/97784592.webp
være opmærksom
Man skal være opmærksom på vejtegnene.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
cms/verbs-webp/81986237.webp
blande
Hun blander en frugtjuice.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.
cms/verbs-webp/132305688.webp
spilde
Energi bør ikke spildes.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.
cms/verbs-webp/117284953.webp
vælge
Hun vælger et nyt par solbriller.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.
cms/verbs-webp/119520659.webp
bringe op
Hvor mange gange skal jeg bringe dette argument op?
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
cms/verbs-webp/84472893.webp
ride
Børn kan lide at ride på cykler eller løbehjul.
rijden
Kinderen rijden graag op fietsen of steps.
cms/verbs-webp/51465029.webp
gå langsomt
Uret går et par minutter langsomt.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
cms/verbs-webp/90643537.webp
synge
Børnene synger en sang.
zingen
De kinderen zingen een lied.
cms/verbs-webp/85623875.webp
studere
Der er mange kvinder, der studerer på mit universitet.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
cms/verbs-webp/54608740.webp
luge ud
Ukrudt skal luges ud.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
cms/verbs-webp/85677113.webp
bruge
Hun bruger kosmetiske produkter dagligt.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
cms/verbs-webp/55128549.webp
kaste
Han kaster bolden i kurven.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.