Woordenlijst
Leer werkwoorden – Deens
tænke
Man skal tænke meget i skak.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
fyre
Min chef har fyret mig.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
befinde sig
En perle befinder sig inden i skallen.
zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.
ankomme
Mange mennesker ankommer med autocamper på ferie.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.
overtage
Græshopperne har overtaget.
overnemen
De sprinkhanen hebben de overhand genomen.
passere
Toget passerer os.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
frygte
Vi frygter, at personen er alvorligt skadet.
vrezen
We vrezen dat de persoon ernstig gewond is.
komme hjem
Far er endelig kommet hjem!
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
fremhæve
Du kan fremhæve dine øjne godt med makeup.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
dække
Hun dækker sit hår.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
føle
Moderen føler stor kærlighed for sit barn.
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.