Woordenlijst

Leer werkwoorden – Afrikaans

cms/verbs-webp/115267617.webp
waag
Hulle het gewaag om uit die vliegtuig te spring.
durven
Ze durfden uit het vliegtuig te springen.
cms/verbs-webp/124053323.webp
stuur
Hy stuur ’n brief.
sturen
Hij stuurt een brief.
cms/verbs-webp/35137215.webp
slaan
Ouers moenie hul kinders slaan nie.
slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.
cms/verbs-webp/118759500.webp
oes
Ons het baie wyn geoest.
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
cms/verbs-webp/27076371.webp
behoort
My vrou behoort aan my.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
cms/verbs-webp/120624757.webp
stap
Hy hou daarvan om in die woud te stap.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
cms/verbs-webp/119747108.webp
eet
Wat wil ons vandag eet?
eten
Wat willen we vandaag eten?
cms/verbs-webp/62000072.webp
oornag
Ons oornag in die kar.
overnachten
We overnachten in de auto.
cms/verbs-webp/123203853.webp
veroorsaak
Alkohol kan kopseer veroorsaak.
veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.
cms/verbs-webp/34567067.webp
soek na
Die polisie soek na die dader.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
cms/verbs-webp/104820474.webp
klink
Haar stem klink fantasties.
klinken
Haar stem klinkt fantastisch.
cms/verbs-webp/96586059.webp
ontslaan
Die baas het hom ontslaan.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.